|
goederenmarkt
|
vb. huizen
|
|
dienstenmarkt
|
vb. gezondheidszorg
|
|
inputmarkt
|
vb. kapitaalmarkt
|
|
financiële markt
|
vb. wisselmarkt
|
|
Inferieure goederen
= goederen waarbij gevraagde hoeveelheid daalt bij hogere inkomen
|
|
Complementaire goederen
= prijsverhoging ene goed zal gevraagde hoeveelheid andere goed doen afnemen
|
|
Substituten
= prijs ene goed heeft positief invloed op vraag andere goed
|
|
Modeverschijnselen of netwerkeffecten
= positief invloed in aantal consumenten
|
|
Snobeffecten
= producten met hoge exclusiviteitswaarde vb. sportwagen
|
|
Betalingsbereidheid
= consumenten geven aan dat ze bereid zijn maximaal deze prijs te betalen voor de desbetreffende hoeveelheid
|
|
Intemporele substitutie
= aanbod verschuiven in tijd wanneer producten stockeerbaar zijn
|
|
Comparative statica
= vergelijken oorspronkelijke en nieuwe marktevenwicht
|
|
Prijselasticiteit
= met hoeveel % x wijzigt wanneer p met 1% toeneemt
|
|
Fallacy of composition
= wat ramp is voor individu als alleen hj getroffen wordt, kan zeer goede zaak zijn wanneer iedereen getroffen wordt vb. mislukte oogst
|
No comments yet.
Cheatography n. The art of mapping complex subjects into clear, instantly navigable reference guides.